Polycystic Kidney Disease (PKD)

Polycystic Kidney Disease is een erfelijke aandoening waarbij er cystes (met vocht gevulde holtes) in de nieren worden gevormd. Het wordt voornamelijk gezien bij de kat, met name raskatten. We zien het het meest bij Perzische katten en Exotische Kortharen. Ook bij andere raskatten kan het vaker voorkomen (Ragdoll, Birmaan, Turkse Van e.a.). Ook bij “gewone” katten kan zich PKD ontwikkelen.

Bij PKD ontstaan er kleine cystes in de nieren. Deze zijn bij de geboorte vaak al aanwezig en worden langzaam groter. De cystes verdrukken het nierweefsel, waardoor de nieren niet meer goed kunnen functioneren en er uiteindelijk nierfalen ontstaat. De cystes groeien meestal erg langzaam, waardoor de eerste problemen vaak pas optreden vanaf een leeftijd van 7 á 8 jaar. De snelheid waarmee de cystes groeien varieert heel erg per kat. De klachten die uiteindelijk optreden zijn de klachten die ontstaan a.g.v. het nierfalen: veel drinken, veel plassen, braken, vermageren en uitdrogen.

Hoe ontstaat het?

PKD is een erfelijke aandoening, oftewel het zit in de genen. Dieren die eraan lijden aan PKD zijn drager van het PKD-1 gen. Kittens krijgen altijd twee genen mee, van elk van de ouders één. Een kitten dat twee PKD-1-genen krijgt (dus één van de vader en één van de moeder à beide ouders zijn drager van het gen), sterft voor de geboorte al. Dragers hebben dus één PKD-1-gen en één normaal gen. Vanaf de geboorte zijn er bij een drager al (zeer) kleine cystes in de nieren, soms nog geen millimeter groot.

Is er iets tegen PKD doen?

PKD is niet goed te behandelen. Het heeft een progressief verloop, oftewel het verergerd in de loop van de tijd. Met bepaalde medicatie die bij nierfalen wordt gegeven (ACE-remmers), kan het verloop mogelijk afgeremd worden. Bij sommige katten groeien de cystes erg langzaam en deze katten kunnen vrij oud worden. Groeien de cystes erg snel, dan kan de kat heel snel sterven aan de gevolgen van nierfalen.

PKD bij de kat

Is PKD te voorkomen?

PKD kan door middel van echografisch onderzoek worden aangetoond. Door katten met PKD meteen uit te sluiten voor de fok, kan voorkomen worden dat het PKD-gen zich verder blijft verspreiden. Op de echo zijn er duidelijk met vocht gevulde holtes te zien, waar eigenlijk normaal nierweefsel had moeten zitten. De meeste fokkers laten hun katten op jonge leeftijd screenen d.m.v. een echo. Katten die aan PKD lijden, mogen absoluut niet voor de fok worden gebruikt. Door alleen te fokken met PKD-vrije dieren kan deze nare aandoening hopelijk in de toekomst worden uitgebannen.