delen via:

Let op: Uitbraak Ziekte van Carré (Hondenziekte)

De afgelopen dagen hebben we veel telefoontjes en e-mails gekregen van bezorgde baasjes over de Ziekte van Carré oftewel Hondenziekte die vlak over de grens uitgebroken zou zijn onder vossen.

Hondenziekte is een zeer besmettelijke, nog altijd gevreesde ziekte. Uitbraken van de ziekte zijn tegenwoordig zeldzaam dankzij grootschalige vaccinatie, maar nog steeds vallen individuele honden en/of kennels soms ten prooi aan deze ernstige en vaak fatale ziekte.

Ziekte van Carré

Oorzaken

Hondenziekte wordt veroorzaakt door het hondenziektevirus. Het treft voornamelijk honden, maar in Europa kunnen ook andere diersoorten ernstig geïnfecteerd raken, voornamelijk vossen en fretten. Het virus is nauw verwant aan het mazelenvirus.

Het wordt gemakkelijk verspreid door direct contact met geïnfecteerde honden. Het virus is aanwezig in afscheiding uit de neus en ogen, waaruit zich gemakkelijk deeltjes in de lucht vormen. Geïnfecteerde honden die de besmetting overleven kunnen het virus gedurende meerdere maanden blijven uitscheiden. Hoewel het virus buiten de gastheer relatief onstabiel is, kan het op kleding verplaatst worden en zo andere onbeschermde honden besmetten. Besmetting vindt in een groep honden, zoals in kennels en bij hondenshows, zeer snel plaats. Daarom is vaccinatie in dergelijke omstandigheden verplicht. Net als bij virale hepatitis bij de hond is de introductie van een besmette pup, wellicht afkomstige van een broodfokker zonder vergunning, de meest voorkomende oorzaak van een uitbraak van hondenziekte. Ook in asielen kunnen zich uitbraken voordoen.

De infectie tast in eerste instantie het ademhalingsapparaat aan, maar na verloop van tijd kunnen ook vele andere organen, waaronder de hersenen, worden aangetast.

Symptomen

In de eerste dagen na infectie zien we voornamelijk koorts, die meestal maar kort aanhoudt. Maar al snel komt de koorts weer terug. Deze keer houdt de koorts langer aan en volgen andere verschijnselen.

Lichte vorm

Veel honden zullen een gedeeltelijke immuniteit hebben dankzij antistoffen van hun moeder of door een vroegere vaccinatie, en deze honden zullen niet veel meer verschijnselen tonen dan wat hangerigheid, eventueel met neusuitvloeiing, tranende ogen en hoesten. Juist deze honden hebben de meeste kans op het doorgeven van de ziekte aan onbeschermde honden in hun omgeving.

Zware vorm

De ziekte kan daarnaast in de hieronder beschreven, ernstigere vormen voorkomen:

  • Luchtwegaandoeningen: moeite met ademhalen, neusuitvloeiing en hoesten. Een secundaire bacteriële infectie met als gevolg longontsteking is mogelijk.
  • Spijsverteringsaandoeningen: maagdarmontsteking met braken en diarree.
  • Huidaandoeningen: dermatitis waarbij de neushuid en zoolkussentjes hard en droog worden. Deze vorm kan gepaard gaan met verschijnselen van het zenuwstelsel.
  • Aandoeningen van het zenuwstelsel: (i) toevallen of (ii) het geleidelijk optreden, tijdens een schijnbare herstelperiode, van spierspasmen en verlamming van de ledematen (‘chorea’). Dit kan gepaard gaan met een karakteristieke piepende hoest veroorzaakt door een beschadiging van het zenuwstelsel. Bij deze vorm gaat de beginfase van de ziekte vaak ongemerkt voorbij.
  • Oogaandoeningen: tekenen van conjunctivitis (tranende ogen).

Diagnose

Klinische diagnose

Op basis van het algehele klinische beeld en de ziektegeschiedenis van uw hond zal uw dierenarts meestal wel de diagnose kunnen stellen.

Diagnostische tests

Individuele gevallen kunnen echter soms moeilijk te diagnosticeren zijn. Het kan zijn dat uw dierenarts dan een neus- of oogswab of een bloedmonster wil afnemen om het virus aan te tonen.

Er bestaat geen test die onder alle omstandigheden volledig uitsluitsel geeft en het kan dus voorkomen dat een definitieve bevestiging niet mogelijk is.

Behandeling

Honden kunnen niet behandeld worden tegen het virus dat de ziekte veroorzaakt. Een secundaire bacteriële infectie kan uiteraard wel behandeld worden en ondersteunende, symptomatische behandelingen zijn ook noodzakelijk. De aanpak is daarom als volgt:

  • Een kuur met antibiotica om bacteriële infecties te behandelen.
  • Medicatie ter behandeling van symptomen als diarree, braken, en hoesten.
  • Verpleging om vuil en afscheiding uit neus/ogen te verwijderen en doorligplekken te voorkomen.
  • Ondersteuning om eten en drinken aan te moedigen.
  • Ontstekingsremmers en pijnstillers.

Om verspreiding van het virus te voorkomen, moeten geïnfecteerde honden en honden die daarmee in contact zijn geweest gescheiden worden gehouden van andere vatbare honden. Daarnaast moeten hygiënische voorzorgsmaatregelen (aparte kleding/gebruik van desinfecterende middelen) worden genomen. Helaas is behandeling lang niet altijd succesvol.

Preventie

Preventie gebeurt door vaccinatie. De component tegen hondenziekte zit altijd in de primaire vaccinatie die puppy’s krijgen, en vrijwel altijd ook in de boostervaccinaties die honden tijdens hun leven met regelmaat nodig hebben.

Standaard wordt er in Nederland gevaccineerd tegen de Ziekte van Carré (Hondenziekte). Wanneer u netjes binnen het vaccinatieschema blijft dat wij binnen onze praktijk hanteren dan is de kans op besmetting zeer klein.

De volgende vaccins werken preventief tegen de Ziekte van Carré (Hondenziekte):

  • Nobivac Puppy DP (6 weken vaccins bij puppy’s)
  • Versican DP (6 weken vaccins bij puppy’s)
  • Nobivac DHP (vanaf een leeftijd van 1 jaar dient deze om de drie jaar toegediend te worden)
  • Veriscan DHP (vanaf een leeftijd van 1 jaar dient deze om de drie jaar toegediend te worden)
  • Veriscan DHPPI (vanaf een leeftijd van 1 jaar dient deze om de drie jaar toegediend te worden)
  • Eurican DAPPI L-Multi (vanaf een leeftijd van 1 jaar dient deze om de drie jaar toegediend te worden)
  • Eurican DAP L-Multi (vanaf een leeftijd van 1 jaar dient deze om de drie jaar toegediend te worden)

Vergeet dus niet om uw dier volledig te vaccineren of te titeren!

Bron: Zoetis.nl