delen via:

Sterilisatie

Vaak krijgen we vragen van eigenaren of ze een teefje nu wel of niet moeten steriliseren en wat de voor en nadelen zijn van het steriliseren van hun teef. Wij adviseren om uw teefje indien u geen nestje wenst altijd te laten steriliseren.

Redenen waarom een teef te laten steriliseren:

  • Grotere kans op het ontstaan van tumoren van de melklieren. Deze tumoren zijn meestal goedaardig, maar ze groeien in de regel wel. Op een gegeven moment worden deze tumoren zo groot, dat ze vaak a.g.v. een ontsteking gaan openbarsten en etteren. Dit is erg pijnlijk voor de hond. De enige oplossing is dan om de tumoren operatief te verwijderen. Hierbij moet de hele melklijst worden weggenomen. Dit betekent dat als een teef links een tumor heeft, dat vaak alle tepels aan de linkerkant ruim weggenomen moeten worden, anders komen de tumoren terug. Soms moeten ook lymfeklieren weggenomen worden. Het is een erg pijnlijke operatie. Indien er zowel links al rechts knobbels zitten, dan moeten aan beide kanten alle tepels weggenomen worden. Dit kan echter niet in één keer, omdat er simpelweg niet genoeg huid overblijft. De tweede operatie kan pas gedaan worden, als de hond van de eerste operatie is genezen en de huid weer voldoende is opgerekt.
  • Grote kans op het krijgen van een baarmoederontsteking. Een baarmoederontsteking (pyometra) is vaak een spoedgeval. Deze honden moeten vaak acuut geopereerd worden, waarbij de baarmoeder verwijderd moet worden. Honden die aan de baarmoederontsteking geopereerd worden, overleven dit soms niet. Het zijn vaak oudere honden. Dit brengt een risico met zich mee. Ook de zieke toestand van het dier verhoogt het risico van de operatie en de narcose. Als er niet geopereerd wordt, dan sterft de hond.

Op welke leeftijd ?

Wij adviseren om de sterilisatie bij voorkeur 3 maanden na de eerste loopsheid te doen of op 6 maanden leeftijd. Het verschil zit erin hoe eerder de hond gesteriliseerd wordt hoe kleiner de kans op baarmoederontstekingen of tumoren is, maar veel mensen geven er voorkeur aan om de hond na de 1e loopsheid te steriliseren dit omdat de hond dan toch de hormonen een keer heeft meegemaakt en dan toch ook volgroeid is. Liever laten we de hond niet steriliseren later dan de 4e loopsheid, omdat de kans op het krijgen van tumoren van de melkklieren met iedere loopsheid toeneemt. Na de 4e loopsheid is de kans op het krijgen van de tumoren 25%. Hierna neemt de kans met elke loopsheid nog verder toe.

Indien de sterilisatie op 6 maanden leeftijd gebeurt of  na de 1e loopsheid gebeurt, is de kans op het ontstaan van melkkliertumoren zeer klein.

Wanneer tijdens de cyclus ?

Tijdens de loopsheid neemt de doorbloeding van de baarmoeder en de eierstokken toe. Dit geeft een extra risico op bloedingen. Daarom is het beter enige tijd na de loopsheid te steriliseren. Wij adviseren te steriliseren drie maanden na de (eerste) loopsheid.

De hele baarmoeder verwijderen of alleen de eierstokken ?

Vroeger werd de altijd de hele baarmoeder verwijderd. Tegenwoordig halen wij alleen de eierstokken eruit. Indien de baarmoeder er afwijkend uitziet, dan wordt alsnog de hele baarmoeder eruit gehaald. De reden dat we alleen de eierstokken eruit halen, is dat we niet meer weg willen halen dan noodzakelijk is. Als de hele baarmoeder eruit wordt gehaald, dan is de ingreep simpelweg zwaarder en zal uw hond hier meer last van hebben.

De eierstokken produceren hormonen. Doordat deze hormonen er niet meer zijn, treedt de loopsheid niet meer op en kan ze niet meer zwanger worden. Omdat er geen hormonen (oestrogenen) meer zijn, verschrompelt de baarmoeder na de sterilisatie tot een klein orgaan. Baarmoederontstekingen kunnen absoluut niet meer ontstaan als de eierstokken er uitgehaald zijn.

Bijwerkingen en risico’s van de operatie:

  • Gewichtstoename: teven worden makkelijk te zwaar na een sterilisatie. Het treedt op bij ongeveer de helft van alle gesteriliseerde teven. Het is eenvoudig te voorkomen door uw hond over te zetten op bijvoorbeeld de Royal Canin Neutered voeding. Hiermee blijven ze mooi op gewicht.
  • Gedragsveranderingen: in het algemeen worden teven niet slomer na een sterilisatie. Sommige (vaak jonge) honden, die voor de operatie al enigszins agressief waren, kunnen na de operatie soms nog feller en agressiever worden.
  • Incontinentie: treedt op bij slechts 10% van de gesteriliseerde honden. Dit komt omdat de sluitspier van de blaas (blaassfincter) minder goed werkt, doordat er bepaalde hormonen wegvallen. Deze incontinentie is vrijwel altijd te verhelpen met medicijnen.
  • Vachtveranderingen: met name bij langharige honden kan de vacht soms wat dikker en krulliger worden.

Desalniettemin wegen deze mogelijke neveneffecten van de sterilisatie absoluut niet op tegen de risico’s waaraan u uw hond blootstelt indien deze niet gesteriliseerd wordt (tumoren, baarmoederontstekingen).