delen via:

Geboorte bij de hond

Als uw hond drachtig (zwanger) is en u heeft nog nooit eerder een nestje gehad, dan adviseren wij u om dit verhaal goed te bestuderen. Op deze manier weet u wat u ongeveer kunt verwachten bij een geboorte.

De dracht

De gemiddelde lengte van de dracht bedraagt bij de hond 60-63 dagen. Hier kan onderlinge variatie in zitten. Zo zijn er honden die bevallen op de 58ste dag, maar ook honden die bevallen op 65ste dag of zelfs pas de 67ste dag!

Voorbereidingen

Voor de bevalling al kunt u het beste een werpkist aanschaffen. Deze moet op een rustige plek in huis staan. De teef moet makkelijk de werpkist in en uit kunnen klimmen, maar de pups mogen niet over de rand heen kunnen klimmen. Het makkelijkst is om een warmtelamp in het nest te hangen en de temperatuur in het nest moet ongeveer 24-27 °C zijn. Als de pups piepen is het te koud. Ook moet de teef weg kunnen kruipen van de lamp als ze het te warm heeft (dus er moet genoeg ruimte in de werpkist zijn). Verder moet de lamp niet te dicht op de pups hangen, want dan kunnen ze brandwonden oplopen. Als u gewoon even uw hand op puphoogte houdt onder de brandende lamp, weet u al gauw of het te heet is of niet.

Vaststellen van de dracht

Met behulp van een echo kan het makkelijkst worden vastgesteld of de hond drachtig is. Dit kan vanaf de 24ste dag maar een betere nauwkeurigheid is mogelijk vanaf de 27ste dag. Wij adviseren de echo dan ook op dag 27 na de dekking. Er kan dan ook een schatting worden gemaakt van het aantal pups. Dit blijft echter altijd een schatting! Bij kleine nesten is het aantal redelijk goed te bepalen, bij grote nesten is het wat lastiger. Het is heel belangrijk dat u thuis de dekdatum goed noteert en uitrekent wanneer de teef is uitgeteld. Daarbij gaan we meestal uit van de 63ste dag dat de teef is uitgerekend.

Tekenen van een naderende bevalling

De betrouwbaarste manier om een naderende bevalling vast te stellen is de temperatuur. Meestal daalt de temperatuur vlak voor de partus (=bevalling) gemiddeld 1 graad (variërend van 0.5 – 1.5 oC). Daarbij is het belangrijk dat een week voor de te verwachten partus (56ste dag)  uw hond 2x daags temperatuurt. De normale temperatuur van een hond is overigens 38.0-39.0 oC. Zodra u de daling waarneemt kunt u de bevalling verwachten ongeveer 12-24 uur later. Opvallend is dat de teef soms als gevolg van de temperatuurdaling begint te rillen. Na de bevalling is het normaal als de hond enkele dagen een iets hogere temperatuur heeft dan normaal (39.3/39.4 oC)

Onrust, graven en krabben (= nestbouwgedrag) zijn ook tekenen van een naderende partus. Sommige honden doen dit echter al een paar dagen voor de geboorte. Als de partus dichterbij komt, kan het zijn dat de frequentie van dit gedrag toeneemt.

Op de dag van de bevalling zelf heeft de teef vaak minder of zelfs geen eetlust. Ook plassen ze vaker. Heldere, slijmerige uitvloeiing is soms al 1 of 2 dagen voor de geboorte aanwezig. Ook gaan ze hijgen als gevolg van de hoge druk in de buik die ook op de longen drukt.

De bevalling

Op het moment dat de teef zichtbaar begint te persen is de bevalling begonnen. De pups worden in kop- of stuitligging geboren. Bij een kopligging komt soms eerst de kop, of komen eerst de voorpootjes gevolgd door de kop. Bij een stuitligging komen meestal eerst de achterpootjes, maar soms liggen deze teruggeslagen en komt eerst het kontje. Meestal kan een pup in stuitligging normaal geboren worden, maar regelmatig zorgt dit ook voor problemen. Vooral wanneer bij kleinere rassen het eerste jong in stuitligging ligt, levert dit nog wel eens problemen op, waardoor de bevalling niet vordert.

Geboorte van de pups

Op de eerste pup wordt in de regel wat langer geperst. Gemiddeld wordt er 15-45 minuten geperst. Als de pup naar buiten komt, zit hij soms nog in het vruchtvlies. Meestal zal de teef het vlies stukbijten en eraf likken. Vooral honden met een platte schedel (Bull Doggen, Bordeaux Doggen, Boxers etc) hebben soms moeite met het stukbijten van de vliezen. Indien dit niet spoedig gedaan wordt, is het belangrijk dat u zelf de vliezen verwijderd, beginnend bij de kop. Hierdoor kan de pup meteen beginnen met ademen. Het schoonlikken van de pups door de teef bevordert de ademhaling. De navelstreng moet, indien de teef deze niet heeft stukgebeten, worden afgescheurd vrij ver van de buik. Indien dit te dicht bij de buik (navel) gedaan wordt, kan de navel inscheuren. Hierdoor ontstaat er een navelbreuk en kunnen de darmen naar buiten komen. Het gevaar bestaat dan dat de teef de darmen gaat stukbijten (omdat ze denkt dat dit de navelstreng is). Het is goed om de navel te ontsmetten met een niet-irriterend middel, bijvoorbeeld met betadine.

De tijd die ligt tussen de geboorte van twee opeenvolgende pups wordt “tussenpuptijd” genoemd. De gemiddelde tussenpuptijd bedraagt 3 kwartier (45 minuten). Deze tijd kan behoorlijk variëren. De tussenpuptijd bedraagt minimaal enkele minuten. Als de teef niet perst, dan is het niet erg als er na 4 of 5 kwartier nog steeds geen pup is geboren. Sommige teven, die al vaker een nestje hebben gehad, zijn soms zo rustig dat ze tijdens de bevalling in slaap vallen. Dit is helemaal niet erg. Op het moment dat de teef wel aan het persen is, dan moet er na een half uur – drie kwartier toch wel een pup geboren zijn. Indien u de pup ziet zitten in de vulva, maar hij er niet uitkomt, mag u voorzichtig aan de pup trekken om een handje te helpen.

De periode na de bevalling

Als eerste is het belangrijk om te kijken of de teef melk geeft. Dit doet u door zachtjes aan de tepels te trekken. Komt er witte of witgelige melk uit, dan is dit goed. Is dit niet het geval, dan is het belangrijk dat u contact opneemt. De dierenarts kan dan een injectie komen zetten om de melkproductie op te wekken. Tevens kunnen dan meteen alle pups worden nagekeken op aangeboren afwijkingen, zoals een open gehemelte.

Het is belangrijk dat u alle pups weegt na de geboorte en dit gewicht noteert (in een schriftje). De pups moeten vervolgens iedere dag gewogen worden. In principe moet het gewicht van de pups iedere dag toenemen. De eerste dag na de bevalling kan een pup soms wat lichter zijn dan de dag ervoor. Belangrijk is dat er de dag erna wel weer een stijging is waargenomen in het gewicht. Is de pup de tweede dag ook lichter, of op hetzelfde gewicht, dan kan er iets aan de hand zijn, bijvoorbeeld te weinig melkgift door de teef of te weinig zuigreflex bij de pup(s). Ook als er heel veel pups zijn, kan het zijn dat de teef niet voor alle pups genoeg melk heeft. Het kan dan soms nodig zijn om een pup bij te gaan voeden met kunstmelk.

Zuiveringsspuiten

Na de bevalling adviseren wij om zuiveringsspuiten te geven. Deze spuiten zorgen ervoor dat (de resten van) de nageboorte goed afkomen en er geen ontsteking ontstaat in de baarmoeder. Ook stimuleert de injectie de melkgift. Deze zuiveringsspuiten moeten binnen 24 uur na de geboorte gegeven worden. U kunt hiervoor naar de praktijk bellen.

Wanneer moet u de dierenarts bellen tijdens een bevalling:

  • als de teef al een half uur krachtig aan het persen is zonder dat er een pup is geboren (bij de eerste pup geldt 3 kwartier krachtig persen)
  • als de teef 1 à 2 uur af en toe perst maar er niets lijkt te gebeuren
  • als de teef na de geboorte van de laatste pup al 2 uur niet meer heeft geperst, zeker als dat er nog meer pups inzitten (indien er een echo/röntgenfoto is gemaakt)
  • als er een pup is geboren waar de darmen door de navel naar buiten komen (navelbreuk)
  • als de teef niet perst en er wel groenige uitvloeiing is

Wanneer moet u de dierenarts bellen na de bevalling:

  • als de teef krampen of spiertrillingen heeft (dit duidt meestal op een calciumtekort)
  • als de pups niet drinken
  • als het gewicht van de pups niet toeneemt/blijft afnemen
  • als er pups doodgaan
  • als de teef de pups niet accepteert

Overige aandachtspunten na de bevalling:

Ontwormen

Pups moeten vaak ontwormd worden. Wij adviseren om dit te doen op 2, 4, 6 en 8 weken leeftijd. De teef moet ook mee ontwormd worden, anders besmet zij de pups weer meteen. Ontwormingsmiddel kunt u bij ons in de praktijk krijgen.

Inenten

Pups krijgen hun eerste puppyenting als ze 6 weken oud zijn. De tweede als ze 9 weken oud zijn en de laatste “grote cocktail”-spuit op 12 weken leeftijd. De 6 weken vaccinatie krijgen ze als ze nog bij de fokker zijn. Meestal gaan de pups met 7 à 8 weken naar hun nieuwe baasjes toe, waardoor ze de 9 weken spuit  bij hun nieuwe eigenaar krijgen. Hele nestjes komen wij ook bij u thuis inenten, zodat u niet met de teef en alle pups naar de praktijk hoeft te komen.